
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Artikel 357
1
De ondernemingskamer bepaalt de geldingsduur van de door haar getroffen tijdelijke voorzieningen; zij kan op verzoek van de verzoekers, bedoeld in artikel 355 van dit Boek, of van de rechtspersoon dan wel van de advocaat-generaal die duur verlengen en verkorten.
2
De ondernemingskamer regelt zo nodig de gevolgen van de door haar getroffen voorzieningen.
3
Een door de ondernemingskamer getroffen voorziening kan door de rechtspersoon niet ongedaan worden gemaakt; een besluit daartoe is nietig.
4
De ondernemingskamer kan aan degenen die zij tijdelijk aanstelt tot bestuurder of commissaris, een beloning ten laste van de rechtspersoon toekennen.
5
Zij kan aan hen opdragen haar regelmatig verslag uit te brengen.
6
De ondernemingskamer spreekt de ontbinding van de rechtspersoon niet uit, wanneer het belang van de leden of aandeelhouders of van degenen die in dienst van de rechtspersoon zijn, dan wel het openbaar belang zich daartegen verzet.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.